“Een hoortoestel maakt toch dat je weer 100% hoort?” 

Fabel: het hangt af van het restgehoor hoeveel en op welke manier je nog hoort of iets verstaat, hoe het hoortoestel is afgesteld op het gehoor. Vergelijkbaar met een bril zijn ook hierin verschillen. Een bijziend persoon met een dioptrie van ongeveer boven de min vijf, zes, ziet zonder bril of contactlenzen heel wazig of slecht en kan vaak nog hinder ondervinden tijdens het kijken met ooghulpmiddelen (ligt eraan of er nog extra andere oogaandoeningen zijn). Net zoals iemand met een gehoorverlies van 110 decibel ondanks het hoorhulpmiddel. 

Beeldvorming over dove of slechthorende mensen is vaak misleidend: reclamespots zeggen dat iedereen weer hoort mét een hoortoestel maar niet elk persoon heeft dezelfde mate van gehoorschade of gehoorverlies en kan dus niet altijd weer zo horen als toen hij/zij nog horend was.

“Slecht horen is toch iets voor oude mensen?” 

Fabel: ook vanaf babyleeftijd kan gehoorverlies voorkomen. Reclamespots voor hoorhulpmiddelen laten vaak oudere personen zien, wat het stereotype beeld in stand houdt.

“Als jij een hoortoestel neemt dan neemt je vermogen om zelf te horen af.” 

Fabel: het trainen met gehoor of horen zonder hoortoestel zoals “kijken zonder bril” (Dr. Bates methode, Saskia Naber, Karin Hoogenboom) is vaak niet te doen: juist zonder enige vorm van hoorhulpmiddelen op gebied van spraakverstaanbaarheid of geluid is het zeer vermoeiend om te functioneren, als er al gefunctioneerd kan worden, met als gevolg diverse andere klachten, extra misverstanden en irritaties die extra stressvol zijn. Bij hoorhulpmiddelen kun je denken aan gebarentaal (NGT), spraakafzien (liplezen), hoorapparaten en CI (implantaat).

“Als je slecht hoort zie je minder.” 

Fabel en feit: soms reageer je wat later doordat je iets niet verstond, het lijkt alsof je het ook niet gezien hebt. En sommige mensen hebben er ook oogproblemen bij die vaak niet eens iets met het gehoor te maken hoeven hebben. 

“Tinnitus? Dat heeft mijn tante ook en die doet nog aan line-dancing!” 

Feit en fabel: met tinnitus of oorsuizen kan iemand gerust muziek verdragen of dansen, ook al zijn sommigen de volgende dag brak en/of ervaren hardere tinnitus dan anders, maar er zijn ook personen die nauwelijks geluid verdragen tijdens sommige momenten in bepaalde situaties omdat dat het suizen verergert, of juist altijd; wat ronduit vermoeiend is. Het ligt aan de ernst van het oorsuizen, de gesteldheid, hoe iemand het oorsuizen op dat moment ervaart.

Ook over tinnitus bestaan er misverstanden. Het klinkt niet per se als gesuis, het kan ook een ander geluid zijn of àlles tegelijkertijd.