
Roddels. Wat moet je ermee? Geloof jij ze? Of wil je het van degene zelf horen, zodat je een eigen mening kan vormen op basis van de ware feiten?
Een stukje over roddels schrijven is niet mijn hobby maar voor de verandering ga ik het toch schrijven.
En ik schreef al zoveel. Ook verhalen, die anderen voor waar aannamen.
Toen de folder met informatie over mijn eerste boek in de wachtkamer hing bij de fysiotherapeut, kon je erop wachten dat er meningen loskwamen. Tijdens het wachten. Dat is ook logisch natuurlijk.
Later hoorde (!) ik terug dat iemand dacht dat het verhaal op de achterflap overeenkwam met mijn leven. Grappig. Van horen zeggen. Oké. Dus daar kon ik niets mee.
Maar stel dat het waar was dat degene dacht dat ik het verhaal zelf had meegemaakt?
Een boek bestaat uit meer dan een flaptekst achterop. Het is maar een klein deel van het verhaal dat er in staat. Het hele boek wordt in een klein stukje tekst gepropt. Niet te doen haast.
Nou komt het: de romans… zijn… fictief.
Fictief houdt in dat het verhaal in de roman anders is dan de werkelijkheid of het echte leven van degene die het boek schreef. Maar zo heel zwart-wit is dit nu ook weer niet. Zie ook Fictie*
Kleine dingen (niet) uit het leven gegrepen
Natuurlijk kun je als auteur wel bepaalde details of scenes in een verhaal zetten die overeenkomen met je eigen leven. Dat doen veel auteurs trouwens. Maar het is en blijft fictie. En fictie kan bij bepaalde fragmenten opgeleukt, afgezwakt of aandikt zijn. Het is tenslotte een verhaal voor de lezer die graag een roman leest op het strand of bij de haard onder een dekentje.
Nur-code, wat is dat?
Aan de nur-code op de beginpagina van het boek kan je zien of het een streekroman, bundel, thriller, fictie, non-fictie, of een autobiografisch boek is. Elk genre krijgt een nummer, de code. Zo werkt het.
Een waargebeurde roman is een autobiografie*. Of een autobiografische roman waarin de auteur zelf de hoofdpersoon is. Er bestaan ook semi-autobiografieën.
Het is best ingewikkeld allemaal. Om exact de juiste termen te weergeven met betrekking tot een boek als lezer. Je kan kiezen uit maar een nur-code en daar kan ook weer vanalles onder vallen.
Bij films ook: staat er bijvoorbeeld drama bij de omschrijving maar in de film komen ook schrikeffecten voor, zoals bij een thriller. Het woord thriller had er dan eigenlijk ook bij vermeld mogen worden. Maar waarschijnlijk omdat het schrikeffect niet zo vaak voorkomt in de film noemt men het dan drama.
Fictie*: auteur heeft andere uiterlijke kenmerken of karaktereigenschappen dan het personage of de woonwijk waarin hij woont verschilt bijvoorbeeld van de wijk waarin de auteur woont maar kan wel een beschrijving geven hoe het er ongeveer uitziet: huizen zijn bijvoorbeeld even groot maar zien er iets anders uit. Of de zus heeft andere uiterlijke kenmerken dan zijn eigen zus maar kan wel dezelfde grappige aanstekelijke lach hebben, om een voorbeeld te geven.
Autobiografie*: verhaal over de levensloop of eigen leven, vaak in de ik-vorm of vanuit een personage die sterk op de auteur lijkt met hetzelfde karakter of eigenschappen als hemzelf (personage woont bijvoorbeeld in een rijtjeshuis met witte muren in Amsterdam, of heeft een vader die op zee vaart; de auteur woont zelf ook daarin en daar, of heeft zelf ook een vader die op zee vaart, om een voorbeeld te noemen). Hoewel fictie ook in een ik-vorm geschreven kan zijn.
Soms lopen dingen door elkaar heen en is de fictie bijna autobiografisch te noemen omdat thema’s hetzelfde zijn of een personage lijkt op iemand uit het echte leven of juist andersom: de biografie lijkt op fictie omdat er iets is toegevoegd wat in het echte leven anders was.
De muren hebben (geen) oren?
Het is best grappig hoe het werkt als je een verhaal geschreven (of verteld) hebt waar anderen over praten. Er kan vanalles omheen gedacht worden. Als persoon A donkerrood zegt, zegt persoon B rood en C zegt roze. Het verhaal krijgt langzaamaan een andere wending en lading, totdat er op het eind een ander verhaal is ontstaan, dat het niet meer lijkt op de feiten of de realiteit.
Toch maar liever geen boek schrijven dan?
Begin er maar niet aan want men kletst daarna over je:
krijg je dit te horen als je over je plan om een boek te schrijven vertelt?
Wel of niet aan beginnen? Hangt ervanaf waarom degene dat zei: is het om je plan te dwarsbomen uit jaloezie of zijn het terechte zorgen, uit bezorgdheid?
Woon je in een grote stad waar je anoniem bent of klein dorp van ons kent ons?
Misschien zal het zo’n vaart niet lopen maar bedenk voor de zekerheid al van te voren of je nog normaal over straat kunt. Of op het schoolplein rustig je kinderen kan ophalen, naar oma in het verzorgingstehuis kunt zonder bepaalde blikken. Zijn er anderen mee gemoeid?
Dit alles kan je, behalve sterker, ook kwetsbaar maken als auteur, in sommige situaties. Of als je over bepaalde thema’s schrijft, voor een kleinere doelgroep bijvoorbeeld.
Maar ook: het zijn maar meningen. Als je erboven kunt staan… ? Hoe belangrijk is de mening van de ander voor jou, is het echt de moeite waard? Hoe sterk sta je in je schoenen?
Hoe ga je hiermee om?
Het is wel belangrijk dat je gewoon kunt zeggen waar je boek over gaat tegen belangstellenden. Blijf eerlijk hierin, vertel of het autobiografisch is of fictief als erom gevraagd wordt want wat heeft je boek anders voor nut?
Als lezer zou ik zelf ook willen weten of het een waargebeurd verhaal is of fictie (al dan niet met autobiografische elementen), als ik een boek kies. Of een verhaal aanhoor van een ander.