Stad, buitenwijk of dorp?

Wonen op een plek die bij je past, waar je je thuisvoelt wil iedereen wel. In coronatijd werd de woning voor velen belangrijk, omdat je niet anders kon dan thuisblijven. Daarom is het zo belangrijk en gezonder om te wonen in het huis dat bij je past, als je die keuze hebt tenminste.
Deze blogpost is in pre-corona tijd geschreven en opnieuw geplaatst.
Bij chronische uitdagingen waarbij je vaak moe bent of pijn hebt, een dagtaak hebt aan behandelingen of oefeningen, veel pauzes of voldoende rust nodig hebt, is het logisch dat je jezelf prettiger voelt in een huis in een omgeving dat bij je past.
We kunnen wel leren omgaan met iets dat niet zo bij je past, of het leuker maken in huis als het buiten wat minder leuk blijkt te zijn. Tot op zekere hoogte, afhankelijk van de situatie.
Want wat als de meeste mensen in je omgeving totaal andere opvattingen dan jij hebben van hoe je in het leven “dient” te staan? Wat als ze minder open minded zijn, zoals in bijvoorbeeld rigide gemeenschappen?
In diverse delen van het land van grote stad naar een kleine plaats en daarna ook nog eens naar middelgrote stad naar klein dorp gaan? Een ware cultuurschok.
Bij twijfel niet doen?
Ben jij vaak verhuisd of woon je nog steeds op dezelfde plek? Of twijfel je over waar je wilt gaan wonen? Misschien dat dit stukje je een beetje op weg kan helpen.
Maar eerst dit: luister vooral naar je eigen gevoel. Laat je niets (meer) aanpraten door anderen.
En bedenk ook dat woonsituaties lang niet altijd blijvend zijn zoals ze zijn, omdat er vaak dingen kunnen veranderen zoals nieuwe buren, verbouwingen in de omgeving, vorderen van leeftijden en noem maar op.
Stad

In de stad heb je het centrum en de buitenwijken. In een dorp een kern (klein centrum) en woonwijken (kleine buitenwijken).
Het hangt ervan af hoe groot een stad of dorp is. Geen dorp of stad is namelijk helemaal hetzelfde, want elke plaats kan iets unieks of gezelligs hebben.
In de binnenstad is er vaak (verkeers-) drukte, meer criminaliteit, zijn er veel horecagelegenheden, terrasjes en uitgaansgelegenheden. Winkels (hoewel er tegenwoordig veel leegstand is in sommige plaatsen), warenhuizen en koffieshops.
Tuinen zijn vaak kleiner, er zijn patio’s, of de voortuin ontbreekt. Veel (flat- ) gebouwen of appartementen staan rondom. Weinig groen, veel beton en in de zomer tijdens een hittegolf is het vaak snikheet.
Sociale controle ontbreekt of beperkt zich vaak enkel tot je eigen woonblok of wijk, daarbuiten ben je meestal anoniem aangezien je bekenden lang niet altijd tegenkomt (afhankelijk van de plaats).
Het gevoel van vrijheid zonder dat je steeds het gevoel hebt dat je op de vingers gekeken wordt is in de stad gemakkelijker te verkrijgen. Je kunt meestal meer zeggen, delen of vertellen wat je wilt want daarover wordt toch niet gekletst door buitenstaanders buiten je eigen familie- of vriendenkring omdat buitenstaanders zich daar doorgaans niet mee bezighouden. Afhankelijk van de situatie.
Ook leer je sneller van je af te bijten, bot, recht voor zijn raap of op een nette manier (je hoeft tenslotte niet perse aardig gevonden te worden want er is toch “geen hond die daar wat van zegt, want ze bemoeien zich met hun eigen zaken, het maakt niet uit, leven en laten leven”). De dynamiek is anders, je wordt niet zo snel raar aangekeken of ergens voor uitgemaakt. Ook in de mode is dit zichtbaar, hoge hakken of mooie kleding op een doordeweekse dag worden niet raar gevonden, maar ook dit is afhankelijk van de plaats (zoals de chique dorpen of woonwijken). Buitenwijken kunnen een dorp op zich zijn, met buurtbqq’s of niets.
Er zijn meer voorzieningen zoals het ziekenhuis of de bioscoop. Als je (nog) niemand in de stad kent dan zijn er vast wel (horeca-, theater-, musea- of sport- ) gelegenheden, bijeenkomsten, of informatieavonden om nieuwe mensen te ontmoeten.

Je kunt het meisje uit de stad halen, maar de stad niet uit het meisje?
Mijn grootouders woonden in een dorp, een kleine plaats vlakbij de grens, dus ik wist wel een beetje hoe het eraan toeging, hoe het in de zomer was. Toch is het anders vergeleken met een ander dorp of kleine plaats waar ik kort woonde, omdat het in een ander deel van het land was. Ben geboren en opgegroeid in een mooie stad, daarna ben ik vaak verhuisd – eerst vanwege de liefde, in verschillende steden en dorpen. Mijn geboortestad is allang de stad van toen niet meer. Sommige gebouwen zijn aangepast of verdwenen, bepaalde delen van de stad zijn totaal veranderd of verpest. De sjeu is er een beetje af. De gezelligheid tijdens het winkelen of het uitgaan, de prikkeling, dat chique van vroeger is weg.
Maar dan praat ik over meer dan dertig jaar geleden, toen de meeste mensen nog de moeite namen zich speciaal aan te kleden of nieuwe kleding te kopen voor een avondje uit.
Voor mijn gevoel gaf men in mijn geboorteplaats vooral geld uit aan uitgaan, kleding, schoenen, tassen of uiterlijk. Mensen vonden het leuk om er vrolijk bij te lopen en er werden ervaringen over uitgewisseld. Het maakte niet uit waar je op school zat of studeerde, met uitgaan kon je je uitleven.
Nu zijn er andere dingen bijgekomen die ook mooi (of minder mooi) zijn.
Van binnen blijft het gevoel er wel: je bent stadse want zo ben je nu eenmaal geboren. Merk het vage gevoel weer in bepaalde situaties of als ik weer eens in een stad kom of als ze vragen waar ik vandaan kom. En dat gevoel gaat niet weg. Dat hoeft ook niet, het mag er zijn. Maar dat wil niet zeggen dat dit voor iedereen geldt, het kan zijn dat dit voor jou anders voelt.
Dorp
In een klein dorp met een inwonersaantal rond de vijfduizend of minder val je meer op. Je komt vaak dezelfde mensen tegen op straat. Veel mensen kennen elkaar bij naam of gezicht en weten meestal ook wel waar die en die wonen. Dat wil niet zeggen dat ze meteen ook echte vrienden zijn die gezellig borrelen in het weekend. De definitie van echte vrienden kan natuurlijk voor iedereen ook weer anders zijn.
Zou je het vage gevoel hebben dat je niet enkel praat met hen maar tegelijkertijd met vele denkbeeldige anderen? Je weet dan niet precies wat er misschien wel of niet wordt doorverteld. Je kunt het gevoel hebben dat je minder kunt zeggen of delen wat je wilt want daarover kan misschien wel gekletst worden door buitenstaanders, buiten je eigen familie- of vriendenkring, omdat het meer opvalt bij buitenstaanders. Of er vormen subgroepjes. Dit kan een gevoel van benauwdheid geven. De sociale controle kan handig zijn en is vaak groot, ook in een buitenwijk aan de rand van een klein dorp. Maar dat wil niet zeggen dat je als buitenstaander meteen geholpen of geaccepteerd wordt.
Het kan ook zijn dat mensen juist hierdoor erg op zichzelf blijven. Het kan moeilijk (maar niet onmogelijk) zijn om ergens tussen te komen, als je nieuwe mensen wilt ontmoeten moet je vaak ergens lid van worden (en is dat die club die bij je past of waar je blij van wordt?). Of naar de buurtbqq gaan in je woonwijk.
Uit eten gaan in eigen dorp kan betekenen dat je sneller iemand tegenkomt (dat kan voor je gevoel negatief of positief zijn), maar het kan ook zijn dat je het gevoel hebt dat je “op vakantie bent” omdat het restaurant net buiten de kern ligt of omdat je in een toeristisch dorp bent.
Vaak worden speciale bijeenkomsten gehouden in een andere plaats – ter voorbeeld: als je naar een tinnitusavond wilt voor informatie, gezellig naar de bios of naar een theater dan ben je meestal wat langer onderweg.
Of je zou ervoor kiezen om alles of bepaalde dingen buiten het dorp te blijven doen in de dichtsbijzijnde stad of plaats terwijl je geniet van het uitzicht (of de stilte) van je woonhuis of je tuin?
Of anderen verderop in de straat of elders ontmoeten die ook zijn verhuisd en aan een half woord genoeg hebben?
Het is maar wat je gewend bent
Het klinkt misschien ingewikkeld, maar dit is afhankelijk van wat je gewend bent of waar je juist naar op zoek bent: misschien vind je het juist wel fijn om niet zo’n eind te hoeven lopen naar de parkeerplaats of de fietsenstalling, de natuur op te snuiven, de strakblauwe lucht geheel te kunnen zien en de zonsondergang, de wind tijdens hittegolven te voelen en uit te waaien, je medicijnen snel te kunnen afhalen zonder dat je een nummertje hoeft te trekken en achteraan te sluiten in de rij en vervolgens minstens een uur moet wachten, of om een praatje te kunnen maken tijdens het boodschappen doen, de hond uitlaten of in de wachtkamer van de huisarts.
Alles heeft zijn voor- of nadelen.
Mentaliteit
Grote verschillen wat mentaliteit betreft bestaan. Zo is de ene gemeenschap meer gesloten dan de andere. Het jolige, losse, spontane dat je in Brabant ziet kan in Hattem anders zijn (dit is slechts ter voorbeeld bedoeld, misschien ervaar jij het anders).
Als je gewend bent om gezellig iedereen die naast je woont uit te nodigen voor een borrel met Oudjaar en op een plek bent waar men meer op zichzelf gericht is dan is het echt wennen.
Als je gewend bent om zonder op te kijken op straat te lopen of je ding doet en merkt dat iedereen je aangaapt, gedag zegt of zwaait dan voelt dat erg ongemakkelijk, zelfs onveilig, in het begin (of voor altijd).
Verschil in humor en zo nu en dan een grapje kunnen maken: als jouw spontane humor verdwijnt als sneeuw door de zon omdat men jouw humor niet begrijpt dan kan dat vermoeiend zijn. Raakvlakken of begrip op sociaal gebied: hoe belangrijk is dit voor jou? Tot hoever bij jij bereid je aan te passen? Cijfer je jezelf weg of mag jij er zijn zoals je bent?
Het fijnst woon je op een plek waar je jezelf kan en mag zijn
Grote of kleine plaats, als je de keuze hebt?
Wat wordt het: een kleine, middelgrote of grote plaats? Of voor degenen die bevoorrecht zijn: in the middle of nowhere, zoals een woonboerderij in het buitengebied of een vrijstaande villa aan het meer?
En in welk deel van het land? Want ook daar zit verschil natuurlijk.
Hoe groter een stad of dorp, hoe meer mogelijkheden er zijn, het is vooral afhankelijk van hoever de voorzieningen bij elkaar vandaan zijn en wat jij (of je gezin) nodig hebt in je (of jullie) leven.
Dat elke plaats “iets heeft” heb ik kunnen ervaren door de jaren heen, na een paar verhuizingen naar andere delen van het land. De mooie natuur aan de rand van een dorp, de gezellige restaurants in de stad of het terras aan het water in een merengebied, de sfeer is in elke plaats weer anders. “Ik ga naar de stad” betekende vroeger bij ons naar het centrum van de stad gaan. De anonimiteit en de voorzieningen van de grote stad zijn wel fijner, maar de lange afstanden tussen parkeerplekken en grote gebouwen, de zomerse hitte tussen het beton met kleine tuinen, de drukte en het lawaai of het gebrek aan uitzicht kun je min of meer ontvluchten als je woont in een buitenwijk van de stad of aan de rand van een dorp. En het centrum of de stad kun je bezoeken, dan is het een echt uitje.
Verhuizen met gehoorverlies?
Een dialect, andere tongval of zinsbouw kan zorgen voor vraagtekens tijdens het communiceren, als je het niet zelf spreekt of kent.
Ginds slikken ze de n in, terwijl ze daar met de e eindigen.
Het is afhankelijk van het restgehoor (of hoeveel je nog hoort) of je hier wel of geen moeite mee krijgt, met de verstaanbaarheid.
Weet dat als je wilt verhuizen dat de mensen in je nieuwe woonplaats misschien anders klinken dan jij bent gewend en wat de gevolgen voor jou zijn. En ook: hoe open mag jij of kun jij erover zijn, krijg jij van de ander de kans om jezelf uit te drukken, is er geduld en ruimte voor duidelijkheid?
Paar voorbeelden dialect:
Brabant, of zuiden van het land: keigoed – Ergens anders: supergoed
Kampen, of oosten van het land: at’n (eten) – Elders: ete (eten)
